Stel je vraag

Heb je vragen over het telemetrieonderzoek 2025, het Soortenmanagementplan 2026? Of wil je iets anders weten over vleermuizen? Wil je misschien wel vrijwilliger worden? Schroom niet. Stel je vraag!

foto: Harvey Pearsonr

(Kraam)verblijfplaatsen opsporen

Waar verblijven vleermuizen?

Telemetrieonderzoek ecoloog Johann Prescher

Via het vangen en zenderen van vleermuizen zijn verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten opgespoord. Vrijwilligers telden vervolgens ’s avonds het aantal uitvliegende dieren om een idee te krijgen van de grootte van deze vleermuiskolonies.

Zo is een aanzienlijk deel van het ‘vleermuisnetwerk’ in de gemeente blootgelegd. Dit jaar wordt daar een vervolg aan gegeven via het Soortenmanagementplan (SMP) dat wordt uitgevoerd door een ecologisch bureau. Daarna zal VWT de de vleermuisstand blijven monitoren.

Tel mee bij het SMP!

foto: Elzo Springer

Voorblad rapportage telemetrieonderzoek vleermuizen Hengelo

Telemetrieonderzoek

Vangen, zenderen & opsporen

In Hengelo is in de zomer van 2025 een telemetrieonderzoek uitgevoerd door een ecoloog. Hij is gecertificeerd om met vleermuizen te werken en mag ook ecologische ‘dierproeven’ uitvoeren op deze soortgroep.

Via het zenderen zijn (kraam)verblijven van diverse soorten vleermuizen opgespoord. De focus in het onderzoek lag op de soort Laatvlieger (Eptesicus serotinus). Het vermoeden bestaat dat (kraam)verblijven van deze soort regelmatig gemist worden bij het reguliere veldonderzoek (het standaard vleermuisprotocol).

Een van de onderzoeksvragen was of een combinatie met telemetrieonderzoek betere resultaten oplevert. Wil je meer weten over dit telemetrieonderzoek? Download het rapport.

Stap 1: vangen & meten

foto: Johann Prescher

Mistnetten op kansrijke locaties

Snel handelen, stress minimaliseren

Vooraf zijn op de gemeentekaart kansrijke vanglocaties bepaald. Deze zijn vervolgens bezocht om de exacte vangplekken te bepalen. Op vangavonden zijn hier tot wel 10 meter hoge mistnetten geplaatst.

Een vleermuis die tegen een mistnet aan vliegt, blijft daarin hangen. De gecertificeerde vanger (of iemand in opleiding) haalt het dier daar zo snel mogelijk uit. Vervolgens worden bepaalde gegevens vastgelegd. Denk bijvoorbeeld aan het geslacht, gewicht en gebitsslijtage.

Enkele vleermuizen kregen een zendertje opgeplakt dat automatisch afvalt na een aantal dagen. Via deze zenders zijn de zomerverblijven en kraamverblijven op te sporen …

Stap 2: Detectivewerk

Op ‘jacht’ met de richtantenne

Volgens het ‘homing in’ principe

Als eerste reed de onderzoeker met zijn auto – uitgerust met een grote richtantenne – door Hengelo om het signaal van een vleermuis op te pikken. Eenmaal binnen het bereik van de zeder gekomen (dat op de rug vleermuis is aangebracht), begint de ontvanger zachtjes te piepen.

Nu bekend is in welke wijk of buurt de gezenderde vleermuis zich ophoudt, dan de zoekradius verder worden verkleind (‘homing in’). De onderzoeker of vrijwilliger gaat al fietsend of lopend verder met de ontvanger en gebruikt daarbij een kleinere handrichtantenne.

Zo is stap voor stap (door het zoekgebied steeds te verder te verkleinen) het exacte huis of gebouw te lokaliseren waar het gezenderde dier zich bevindt. Wanneer het juiste huis is gevonden is het soms nog steeds lastig om de exacte uitvliegopening te bepalen. Is het in de nok, onderaan de schoorsteen of bij die losliggende dakpannen en verbogen loodslab?).

Tel mee bij het SMP!

foto: Harvey Pearson

Stap 3: Uitvliegers tellen

foto: Nicole Pelle

Turven rond zonsondergang

Registreren met de (elektronische) handteller

Wanneer ’s nachts en de daarop volgende dag (na de vangactie van afgelopen avond) de gezenderde vleermuizen zijn gelokaliseerd, is het zaak diezelfde avond direct te gaan tellen. Waarom?

Omdat je dan zekerheid hebt dat de vleermuizen zich op de betreffende locatie bevinden. Wacht je één of meerdere dagen dan loop je de kans voor niets te staan wachten bij het tellen van uitvliegers. Vleermuizen wisselen namelijk regelmatig tussen favoriete verblijfplaatsen. Bijvoorbeeld omdat bij oplopende temperaturen een verblijfplaats met een oriëntatie op het zuiden te warm wordt.

Daarom hebben vrijwilligers ’s avonds direct op de aangegeven locaties de uitvliegers geteld. Soms was dat lastig als de exacte uitvliegopening niet met 100% voorspeld kon worden. Het uittellen is reuzeleuk werk, zeker als het om tientallen individuen gaat. Een handteller of ‘counter’ app op je smartphone is dan een uitkomst.

Tel mee bij het SMP!

Samenvattend …

Vleermuizen zijn beschermd

Aantasten van hun leefomgeving is verboden

In dit filmpje van RTV Oost zet onderzoeker Johann Prescher alles op een rij. Het item is opgenomen in Steenwijk, maar het principe geldt voor alle Nederlandse gemeenten. Vleermuizen zijn beschermd. Het vernietigen, aantasten of verstoren van verblijfplaatsen van vleermuizen is verboden.

Bedenk dat een vleermuisvrouw maar één jong per jaar ter wereld brengt. Vergelijk dit met een vrouwtje huismuis. Zij werpt 5 tot 10 keer per jaar meerdere jongen. Vleermuizen zijn om die reden extra gevoelig voor verstoring. Spuit je een spouwmuur met kraamkolonie vol pur dan komen deze zogende vrouwtjes (met elk één jong!) natuurlijk akelig aan hun eind. De populatie komt echter ook snel onder druk te staan. Het opnieuw aangroeien van de vleermuisstand vergt namelijk veel tijd (als het al lukt).

Het telemetrieonderzoek heeft veel gegevens opgeleverd over de vleermuisstand in gemeente Hengelo. Tijdens het Soortenmanagementplan van 2026 wordt op dit onderzoek voortgeborduurd. VWT zoekt vrijwilligers die mee willen helpen deze bijzondere dieren te beschermen. In eerste instantie door uitvliegers te tellen in de periode mei t/m juli 2026.

Tel mee bij het SMP!

Stel je vraag

Vul je telefoonnummer in als je gebeld wilt worden.